01-10-09

DE KLEINE BEER.

DOOR HET LICHT VAN DE MAAN,

SCHIJNEND OP MIJN BEDSTEDE,

ZIE IK DE GROTE BEER, DAAR HOOG IN DE HEMEL.

IK REIK MIJN HAND, MAAR IK GERAAK ER NIET.

taschake 127

DE KLEINE BEER ROEPT MIJ TOE DAT IK

MOET WACHTEN.

WACHTEN OP DAT ENE MOMENT,

HET ZAL ER ZIJN!

EN IK, IK ZAL WACHTEN

 

 

patrick stevens.


10:43 Gepost door patrick stevens in poezie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.